Vetten en vetzuren
Vet wordt altijd als één van de belangrijkste factoren aangemerkt als we over afslanken praten. Echter, vet levert essentiële vetzuren en glycerol. Dit zijn stoffen die het lichaam zelf niet kan maken en dus van "buiten" moet halen. Essentiële vetzuren zijn nodig voor veel belangrijke lichaamsfuncties. Visoliën en teunisbloemolie behoren tot de rijkste voedingsbronnen van essentiële vetzuren.
Er zijn verzadigde en onverzadigde vetten. Het lichaam maakt zelf verzadigde vetzuren aan, maar deze vetzuren zitten ook in de voeding. De verzadigde vetten zitten bijvoorbeeld in koek, friet, chips, zoetigheid, margarine, vet vlees, volle zuivelproducten en andere bewerkte producten. Door ruime inname van deze producten kan de voeding teveel verzadigd vet bevatten.
De onverzadigde vetten bevatten de noodzakelijke vetzuren die de basis vormen voor veel verschillende functies in het lichaam. Denk hierbij aan de opname van vitaminen, stimulering van het immuunsysteem en behoud van sterke vaatwanden. Denk daarbij ook aan hart en bloedvaten. Onverzadigde vetten kan het lichaam niet zelf aanmaken en moeten dus van ?buitenaf? komen.
Vetzuren bestaan uit ketens van koolstofatomen, waaraan meestal waterstofatomen en enkele zuurstofatomen zijn gebonden. Wanneer alle bindingsmogelijkheden van de koolstofatomen bezet zijn, noemen we het vetzuur verzadigd. Als er nog bindingsmogelijkheden over zijn, is het vetzuur, afhankelijk van het aantal nog vrije plaatsen, enkelvoudig of meervoudig onverzadigd. Ons lichaam heeft een grotere behoefte aan onverzadigde vetzuren dan aan de verzadigde vetzuren.
Vis eten of vis slikken
Vette vis bevat omega-3 vetzuren. Aangeraden wordt om één tot twee porties vette vis per week te eten. Alleen, in de praktijk lukt dit niet altijd. Een capsule met deze essentiële visolie als aanvulling op de voeding is dan aan te raden. Extra inname van deze vetzuren is eigenlijk vrijwel voor iedereen aan te raden. Zo kan vis eten vis slikken worden.